25-04-2016: Schinveld en Ubachsberg

"April doet wat hij wil” en dat betekent op dit moment dat er dagenlang regen, buien, veel wind en lage temperaturen ons ten deel vallen. Dat zie je ook aan het enthousiasme om de fiets eens uit te laten. Waren zaterdag nog twee diehards aan de start, vandaag maar eentje meer: Henk, Chris en Wim. Ieder had voor de start wel zijn eigen reden om aanwezig te zijn. Chris had de zaterdageditie gemist omdat een lekke band hem belette om op tijd in Elsloo te zijn. Henk wilde een sportieve invulling geven aan zijn vele vrije dagen die hij na een werkzaam leven nu ging krijgen. En Wim had besloten om i.p.v. twee uur spinnen tussen vier muren toch maar de buitenlucht op te zoeken. Daar ga je tenminste vooruit, wat je bij spinnen niet lukt. Hoe hard je ook trapt, je rijdt niemand weg.
Ook kun je niet in iemands wiel kruipen. En dat laatste was voor hem al gauw nodig. De tegenwind en het strakke tempo van Henk naast hem, deed Chris al snel besluiten om zijn plek op kop in te nemen. Bedankt mannen! Bij terugkomst in de Schimmert zei Henk: ” Je hebt nu mooi kunnen overdenken wat er in het verslag moet komen.” En daar had hij alle gelijk in. Ik weet niet hoe het anderen vergaat als ze fietsen, maar bij mij komen er allerlei gedachten boven als we onderweg zijn. Laat wel duidelijk zijn dat ik ook geniet van het samen fietsen, het landschap en al het moois dat we tegenkomen.  Misschien wordt het een te persoonlijk verhaal, maar dat moet dan maar voor een keer. De gedachten staan tussen “……."
Omdat we normaal gesproken achter Hub aanfietsen hadden zowel Chris als Wim geen route in gedachten. Henk stelde voor om een rondje Ubachsberg te doen, ongeveer 70 km. Vol goede moed naast Henk op kop, maar al gauw in de gaten dat het een trapje te hard ging. “Dat zullen de eerste kilometers zijn en daarna zal het tempo wel minderen”, maar nee hoor. Henk kan op elk traject een gelijkmatig tempo ontwikkelen. “Wanneer wordt het iets minder en op welk moment ga ik aangeven dat het te hard gaat”, waren mijn eerste gedachten. Chris had mijn gedachten al gelezen en nam mijn plek in. “Gelukkig, even geen kopwind en op adem komen. En blijf goed drinken. ”Na Schimmert lekker afdalen, maar richting het stort de eerste serieuze klim. Dan zie je dat Henk steeds omkijkt en inhoudt als het nodig is. Bovenaan memoreerde hij dat hij menig karretje hier naartoe had gebracht en Chris viel hem bij. “Ik hoop dat ik mijn karretje vandaag aan dat van jullie kan aanhaken”, kon ik inbrengen. Na Schinnen richting Thull, langs de Muldersplas, een van de twee visvijvers die de gemeente rijk is. “Hoe zou het zijn om hier eens mijn hengel uit te gooien, i.p.v. je af te beulen op de fiets.? Dat dilemma zou nog twee keer terugkomen, bij de Droomvijver in Hoensbroek en bij de prachtig gelegen visvijver van HSV de Hering in Schinveld. Denk nu niet dat ik zit te balen op de fiets, integendeel. Ook dat is voor mij genieten en zeker met dit gezelschap en de prachtige route. Oirsbeek, Doenrade, Bingelrade, Jabeek hebben zo’n mooie op en af buiten-weggetjes dat je steeds vrolijker wordt en de wandelaars een welgemeende “goede morgen” wenst. Ongemerkt nader je de bossen richting de Neutrale Weg en doorkruis je Etzenrade. Dertig jaar geleden liep ik hier nog de 10 Engelse Mijl van Bakkerij Marebos.
Een van de hoogtepunten van ons loopseizoen. Toen kon je nog niet van te voren inschrijven, dat geschiedde ter plekke. En wel op een Commodore 64 of 128? Prijs had je altijd. Uitlopen was goed voor een lekkere Limburgse vlaai. Nu moeten we nog even geduld hebben tot aan de pauzeplek, maar de gedachte alleen al doet je de vermoeide benen vergeten. De adembenemende omgeving gaat verder door de Schinveldse bossen en langs de Rode Beek. Wat een rust op deze doordeweekse dag. Zelfs de Awac, die overscheert, kan mij niet storen. Inmiddels draaien we het dorp in en rijden langs de traag stromende Rode Beek. De gemeente houdt ze tussen gemetselde kaden in toom en plaatst bij elke oversteek ervan een mooi kunstwerk. “Zo te zien zijn ze allemaal hufterproof, want er ontbreekt geen enkele en er lijkt niets beschadigd.” Dat doet me denken aan het afgebrande Theehuisje in het kasteelpark. "Voor 100.000 Euro, subsidies en crowdfunding, kun je toch iets bouwen. Wanneer is dit klaar? Of gaat dit in zijn Elsloose slakkengang?” Omdat de oversteek naar Voerendaal niet erg interessant was slaan we dit stuk hier maar over en belanden we heel snel onderaan de klim in Winthagen. Hier kunnen we een drietal gebeurtenissen vermelden. Ten eerste zit het venijn van deze klim in de staart, linksaf na de bocht. Chris probeerde de binnenbocht te nemen, maar moest de wei in omdat een auto van boven af dezelfde bocht wilde nemen. Gelukkig was zijn reactievermogen optimaal. Het derde voorval was de aflopende ketting van Wim. Henk hoorde dat, draaide om zag dat het euvel al snel verholpen was. “Gelukkig heb je zwarte handschoenen aan”, was zijn geruststellende opmerking. “Maar ik heb wel een wit stuurlint”, was het antwoord. Waar hebben we dat al eens eerder gelezen?
Gezamenlijk kwamen we boven, bedankt mannen, en reden door Ubachsberg om even later rechtsaf te buigen voor het laatste klimmetje naar de koffie. “Nog even aanklampen omhoog en dan na ongeveer 55 km genieten van koffie en vlaai.” Bij binnenkomst zag ik de vitrine met de verschillende vlaaisoorten. Ik kon niet wachten op de bediening en bestelde al direct een stuk kruisbessen. “Wat een stuk ongeduld”, dacht ik bij mezelf. Henk kon dat wel opbrengen en kreeg gelijk met mij ook zijn stuk. De pauze werd gevuld met natuurlijk de geweldige prestatie van onze Woutje Poels. “Laten we nu maar even lekker chauvinistisch zijn.” Als hij ook nog een gouden medaille behaalt in de Olympische wegwedstrijd en onze Tom Dumoulin in de tijdrit, dan kunnen we in Limburg heel lang met opgeheven hoofd rondlopen. Maar eerst moeten we eens kijken of we onze eigen ambities wat gestalte kunnen geven door in te gaan op het aanbod de Grossglockner te bedwingen. Henk had er wel oren naar, de andere twee moesten het nog laten indalen. Net zoals de vraag of deze klim in hetzelfde gebied als de Stelvio en Kaprun te situeren valt. Henk en Chris waren er in hun vakanties in de buurt geweest en vertelden dat dit gebied tijdens diverse oorlogen heftig omstreden werd. Tijdens vredesonderhandelingen werd het al snel uit handen gegeven. “Daar heb je dan als soldaat hard voor gevochten en soms je leven gegeven. ”Jammer genoeg, achteraf misschien wel goed, zagen we de eerste druppels op de ruiten verschijnen. Dat noopte ons om de kortste route huiswaarts te zoeken. Gelukkig stelde het gedruppel niet veel voor, net zoals het buitje op het einde van de rit. "Heel wat anders dan het gemiezer vanaf half vier tot aan het moment dat dit geschreven werd. “Als dit maar niet doorzet, de wegen glad worden en ik nog voorzichtiger door de bochten moet.” Colmont was het eerste mooie stuk dat Henk ons voorschotelde, daarna de prachtig lopende afdaling naar Ransdaal. In gedachten zag ik ons beneden al naar links gaan, langs de Subaru-garage en dan naar Klimmen. “Wat gaat hij nu doen? Rechtsaf en direct links de Ransdalerweg in. ”Gelukkig weer een mooi stukje van ons Limburg: Craubeek en omgeving. Afdalen en weer omhoog. De zojuist nog heel veraf liggende kerktoren van Klimmen kregen we steeds beter in het vizier. Maar eerst nog het lange stijgende fietspad ernaar toe vanaf Barrier. “Dat was het laatste stuk van Klimmen-Banneux en daar moest je nog even het laatste stukje energie eruit persen”. Rechtsaf deze keer dalend naar Retersbeek en Weustenrade. Wind in de rug en meer dan dertig op de teller. “Hoe zou het toch zijn met Jan en Els Hermans die jaren geleden hun friture aan de Stationsstraat verkochten om zich als kunstenaars te gaan vestigen in Weustenrade. Als je alleen onderweg bent moet je ze eens gaan opzoeken”.
Brommelen en Nuth waren de volgende gedachtenpunten. Het bordje “Pingerhof” liet me denken aan de eigenaar die zijn ster inleverde en besloot om zonder stress verder te gaan als  “gewone” kok. “Ook voor ons geldt dat je met plezier moet fietsen en dat er geen enkele dwang in deze hobby moet zitten.” Langzamerhand naderden we het punt waar Henk zijn opmerking naar mij toe maakte en van waaruit dit verslag ontstaan is. “Weer eens iets anders en hopelijk niet te persoonlijk.” Ik wil graag mijn beide mede-fietsers bedanken voor deze inspirerende rit. Bedankt Henk en Chris.