Woensdag 7 december; Bokrijk dwars door het water

Als je na lange tijd weer eens aansluit bij je fietsmakkers en een verslag maakt van de rit, dan is het zeker op zijn plaats om te beginnen met het uitdelen van twee flinke veren. Een voor de bikkels die alle weersomstandigheden trotseren en toch hun kilometers maken en de andere voor Chris die een aantal prachtige verslagen schreef, waarvan er eentje zelfs op rijm. Dat er fietskwaliteiten in zijn lange benen zitten was algemeen bekend, maar hij is ook nog gezegend met gouden schrijfvingers. Omdat er geen vorst, weinig wind en temperaturen tegen de 10 graden voorspeld waren stonden er twee grote groepen aan de kerk. Jan, Ben en Toos mochten om tien uur vertrekken terwijl Piet, Louwrens, Ruud, Joep, Kees, Erna, Pe en Wim nog een kwartiertje in de remmen moesten knijpen, want Hub stond bij Henk in de garage om een lekke achterband te vervangen. In de haast om zich bij ons aan te sluiten zat er nog een kronkel in de binnenband die bij de kerk met hulp van Joep nog glad gestreken werd. Dat lukte niet helemaal en al bobbelend loodste Hub ons richting Bokrijk. En dat ging best hard. Hoe zou dat geweest zijn zonder die handicap ? Wat vooral opviel, de verscheidenheid aan fietsen en banden. Racefietsen met gladde en profielbanden, MTB’s met en zonder grof profiel, stevige citybikes en een crossfiets. En dat moet allemaal dezelfde route afleggen en hetzelfde tempo draaien. Als je dan samen 86 km tegen een gemiddelde van 24 aflegt, dan duidt dat op een goede conditie en een saamhorigheidsgevoel. Je kunt ook zeggen: "Met elkaar rekening houden.” Overigens mag ook vermeld worden dat Kees niet uit de tweede rij was weg te slaan en gewone zomerhandschoentjes droeg. Over bikkel gesproken. De route naar Bokrijk lag er droog bij en leverde geen noemenswaardige problemen op. Ook de fietspaden door de bossen of langs de kanalen en fabrieksterreinen waren geschikt voor elke band. Opmerkelijk dat juist Henk met zijn mtb met de grofste banden lek reed. Een minuscuul doorntje had zich tussen de noppen een weg gebaand naar de binnenband om daar wat lucht te happen. Dat gaf Wim de gelegenheid om in gesprek te gaan met een paardenmevrouw over het opruimen van de mest in de wei. Dat had meerdere redenen. Enerzijds om ziektes te voorkomen en paardenmest verzuurt de grond wat na verloop van tijd funest is voor het gras. Het gesprek duurde lang genoeg om de band te wisselen. Alvorens we weer in ons ritme waren diende zich het enige niet geasfalteerde stuk aan. Wonder boven wonder hier geen vervelende doorn of scherpe steen. Maar het grootste wonder moest nog komen. Daar werd onderweg al op gezinspeeld, maar er moesten eerst nog wat kilometers uit de benen gestampt worden. Wij waren nog niet bij Mozes gearriveerd. Wel hoorden we op verschillende plekken in het bos de motorzagen ronken. Enerzijds om een mooi stapeltje brandhout te vergaren en het bos weer wat lucht te geven en anderzijds een “levende” kerstboom te “versieren.” Aan de gewone auto’s te zien niet altijd met vergunning. Toen we langs de honderden meters loods van transportbedrijf Essers reden konden we ons voorstellen dat er veel tegenstand is om dit bedrijf een uitbreidingsvergunning te geven. Dat gaat ten koste van enkele hectaren bos en heide. Inmiddels waren we in het gebied van de tientallen meren en vennen beland en hier zouden we een wonder aanschouwen, groter dan de splitsing van de Rode Zee door Mozes. Wat Mozes maar voor even lukte hebben onze Zuiderburen permanent klaar gespeeld. Het water van een van de vijvers van het Wijersgebied hebben ze over een lengte van 212 meter over een 3 meter brede strook gescheiden. Zo kun je al lopend of fietsend de doorsteek wagen. Geen natte voeten of banden. Mozes haalde er het Oude Testament mee en de Belgen een fotoreportage door Erna. Het eerste is geloven, het tweede is zeker weten. Zie daarvoor de bijgevoegde beelden. Omdat het open weer was konden we van hieruit al een lichte geur van koffie opsnuiven die steeds sterker werd. Of was dat het verlangen ernaar? Fietsen werden op het terras gestald en de warmte binnen deed weldadig aan. Jammer dat de pauze korter duurde door de twee lekke banden, maar het was er niet minder gezellig door. De terugweg kenmerkte zich door drie lange stukken in het begin. Langs het kanaal van brug tot brug, over fietspaden langs een oneindig industrieterrein en de lange afdaling naar Zutendaal. Van daaruit door de bossen naar Rekem en Opgrimbie, de grote weg oversteken en via Boorsem de autowegbrug over naar Elsloo.  Met een voldaan gevoel werd de fiets, na een kleine poetsbeurt, weer aan de haak gehangen. Wachtend op een volgende wonderlijke rit. Statistiek: 86 km met ruim 24 km/u.

20161207_121833b-1.jpg

IMG_0197.jpg   IMG_0196.jpg