Zaterdag 02-04-2016: Welkenraedt

De aankondiging van een mooie, zonnige dag met temperaturen tegen de 20 graden en een rit naar Welkenraedt met veel klimwerk lokten Martin, Hub, Chris, Mart, Erna, Pe, Lei, Sjra en Wim naar de start. Hub schatte de afstand rond de 95 km en ongeveer 900 hm. En als dat zoals gebruikelijk gezamenlijk volbracht kon worden dan zou het weer een hoogtepunt voor de Toerclub zijn. Het zou echter anders uitpakken. Beginnend met de zon, die ons eigenlijk de hele dag in de steek liet en de temperatuur die ook niet al te zeer haar best deed. maar daar heeft niemand invloed op. Ook aan het parcours verander je niets. De lange, slopende hellingen zorgen dat er boven op de top grote verschillen ontstaan en zeker naarmate de kilometers gaan tellen. Dan moeten de sterken temporiseren, de anderen bij laten komen en hun de kans geven om even op adem te komen. Jammer genoeg gebeurde dit niet voldoende waardoor niet altijd duidelijk was voor iedereen welke route gevolgd moest worden. En als dan gerepareerd moet worden dan verliezen we elkaar uit het oog en rijden er twee groepen verder, niet wetend van elkaar waar men is. Natuurlijk mag van de “achterblijvers” ook een signaal verwacht worden naar de “koplopers”. Het is een samenspel waarvan ik deze keer moet zeggen dat dit vandaag niet voldoende aangevoeld werd. Daarbij zorgde het niet altijd gezamenlijk oversteken van wegen en gevaarlijke punten ook voor te veel wrijving in de anders zo goed lopende ketting. Laten we dit beschouwen als een incident en er voor de volgende ritten lering uit trekken. Duidelijk dat niemand dit bewust doet, maar het strookt niet met het sociale gezicht dat wij anders uitstralen.
Om half tien zetten Hub en Martin zich op kop om ons via kleine en grote wegen, korte en vooral lange hellingen het Limburgse land uit te loodsen op weg naar de pauze in Welkenraedt. Geverik, Schimmert, Hulsberg, lieten we zonder al te veel problemen achter ons. Alleen Chris had hier moeite of beter gezegd zijn fiets, want die weigerde te schakelen van groot naar klein en vice versa. Waarschijnlijk een geval van versleten ketting. Dat mag ook na 5 tot 6 duizend kilometers dienst gedaan te hebben voor zijn sterke benen. Wim en Mart ontdekten onderweg een nieuwe gezamenlijke hobby, koken. Waar dat kon werden even wat recepten uitgewisseld over sausjes en bereiding van vis. Het valt echter te betwijfelen of ze alles hebben opgeslagen want het lukte niet altijd om naast elkaar te fietsen. Opletten in de groep is belangrijker. Dan volgende keer maar het diner samen afmaken. Pe en Sjra wisselden in hun Noord-Limburgse dialect gegevens uit over Sjra’s verblijf bij de Sjeiks, het boek daarover en het interview in de krant. Zo ben je even VIP in eigen omgeving. Hub en Martin bleven, ondanks het kopwerk, ook allerlei ervaringen uitwisselen, maar de inhoud is me ontgaan. En Erna? Zij pendelde af en toe tussen de mannen door, wisselde enkele woorden, maar concentreerde zich vooral op het klimwerk en dat gaat haar steeds beter af. Mannen, let op deze Erna, ze komt eraan! Van haar is de route, de klimgegevens en de snelheden bijgevoegd. Klimmen kwam in zicht, maar anders dan de naam doet vermoeden werd het afdalen naar de weg Valkenburg-Wittem. Daar werd aan het gemiddelde gewerkt, maar andere groepen reden hier nog harder. Om op deze gevaarlijke weg in te halen moet je drie- of vierdik naast elkaar rijden en dat levert best wel gevaarlijke situaties op. Partij, Mechelen, achterlangs op en neer door Bommerig tot aan Camerig-Epen. Daar blijft het op en neer gaan naar Sippenaeken over, naar mijn mening, een van de mooiste Limburgse weggetjes. Het ene moment steil omhoog, weer afdalen, even vlak, genieten van prachtige  vergezichten en dan wegduikend in een holle weg. Heen en terug even mooi. Vanaf hier valt het moeilijk om de route voor de geest te halen, want de Belgische buren zijn niet scheutig met plaatsnaambordjes. Montzen, Lontzen, Herbesthal zijn verbonden door klimmende en dalende wegen waar ieder op zichzelf is aangewezen. Dan kun je denken aan: “Hoe sterk is de eenzame fietser”? “Krom gebogen over zijn stuur”.  Walhorn is ook zo’n nietszeggende naam, totdat daar ergens het bordje “Eupen 7 “ verschijnt. Dat roept herinneringen op aan de DSM-Classic, maar brengt je niet in Welkenraedt. De afstanden onderling werden groter, met bovengenoemde gevolgen. Martin, Chris, Wim, Erna, Lei en Pe verloren Hub, Mart en Sjra uit het oog, ondanks de zoektocht van Martin. Wetende welke richting zij moesten nemen en navraag bij een boer leerde hen dat er minstens tien lastige en drukke kilometers tot aan de koffie voor de wielen lagen. Het eerst deel beloofde al niet veel goeds, want auto’s bleven ons inhalen op weg naar……. een combinatie van meubel-, auto- en supermarktboulevard. Misschien wel drie kilometer lang, maar de ellende was nog niet over want de op- en afritten van de autoweg moesten ook nog gekruist worden. Daarna klimmen tot aan de grote weg en van daaruit verder omhoog tot aan de koffie in de lunchroom van Welkenraedt. Zeker verdiend na 62 km. Maar weer pech, gesloten, en de andere patisserie had geen zitplekken. Dan maar door naar Het Rode Bos, maar ook dit werd niet bereikt, want het bordje Hombourg deed ons besluiten van route te veranderen en van daaruit eindelijk te pauzeren in Teuven. Lekker buiten, een vriendelijke bediening, napratend over “onze scheiding” en een doorkomst van de Volta Limburg Classic. Zij denderden langs van rechts en toen de weg vrij was kwamen van links de Verloren Zonen, Hub, Sjra en Mart. Natuurlijk werd de aanleiding besproken en als ik het goed begrepen heb was het iets bij de trappen van de Rabo-bank. Na de hereniging werd in sneltreinvaart koers gezet naar huis, maar omdat Teuven laag gelegen is moest nog even hoogte gewonnen worden naar de Planck. Daarna ging het soms zo hard dat het leek alsof er stukken werden overgeslagen. Dat doen we dan ook maar in dit verslag: Terlinden, Banholt,  Cadier en Keer, Meerssen, Ulestraten en Elsloo. Het was me een ritje wel deze eerste zaterdag van april. En daar moet je racefiets 106 km, 24.5 km gem. en 1059 hm voor overwinnen. Achteraf mag je concluderen dat het een ritje was “Ter lering, maar vooral ook ter vermaak".