21-3-2018: Maasbracht met een "wonderpompje"

Het blijft nog even wachten op de grotere aantallen fietsers die de weg naar de kerk weten te vinden. Wie er wel altijd zijn, de routeleiders Jan en Hub. De eerste vandaag met Toos en Gerard op weg naar Zutendaal. Hub met Frans J, Mart en Wim J naar Maasbracht. Windkracht 3 tegen, maar als je een slingerende route neemt ervaar je die van alle kanten. En dat is Hub wel toevertrouwd. Nooit de geijkte wegen, steeds verrassend en daarom ook wel een stuk niet geasfalteerd. Gelukkig nu nog geen racebandjes en dus even MTB-en. Twintig gaten ontwijken, maar vol in het eenentwintigste gat. Een opdonder voor fiets en lijf. Hub: ”Dit moeten we even doen om weer op de geplande route te komen.” Hopelijk blijft dit beperkt tot dit jaargetijde, maar bij Hub weet je dit nooit, een TomTom vol verrassingen. Hier echter geen lekke banden, wat wel het geval was vlak na de start, op de dijk richting  Meeswijk. Wim de “gelukkige”, ondanks de vrij nieuwe bandjes met crossprofiel, maar niet bestand tegen een scherp Belgisch steentje. Zes bedreven handen hadden in een mum van tijd het euvel verholpen. Nu nog even op spanning brengen, maar geen pomp. Drie paar ogen rolden er bijna uit toen Wim een uiterst klein dopje tevoorschijn toverde, hooguit 5 cm. Het smalle stuk over het ventiel draaien en in het brede een patroon totdat die sssssss zegt. Niet vergeten even een handschoentje aan te houden. Beter dan alle andere, meestal veel grotere apparaten. Jammer, maar niet meer te krijgen. Dus heel zuinig zijn erop ! Als “dank” mocht hij samen met Hub ongeveer 36 km voorop rijden. Geografisch betekende dat grofweg: Dilsen, Opoeteren, Würfeld, Kinrooi. Frans en Mart namen over en leidden ons veilig door Kessenich, langs de Grote Hegge in Thorn, over de autoweg bij Wessem naar Maasbracht. Daar stalden we bij “het Wiel” nog eens acht wielen erbij. Of het de gewoonte is bij de A-groep weten we niet, maar Frans bestelde een lekker pannetje uiensoep met brood. Mart en Wim bleven niet achter, maar opteerden voor ossenstaartsoep. Een os met flinke staart, m.a.w. een goed gevulde soep. Hub had deze versterking niet nodig en hield het bij cola. Hoe sterk zou hij nog zijn geweest als hij ook gesoept had ? De 52 km. die nu al op de teller stond werd voornamelijk verzameld in België. Na de pauze, met voornamelijk de Uiensoep en de Cola op kop, mocht ons eigen asfalt een flinke bijdrage leveren en deden onze Oosterburen ook een duit in het zakje. Hier zat ook bovengenoemd gatenstuk in. Op de kaart ziet dat er ongeveer zo uit: St.Joost, langs landgoed Rozendaal, ’t Reutje, Maria Hoop, Schalbruch, Nieuwstadt, Limbricht, Einighausen. Daar werd afscheid genomen van Hub en reden de andere drie gezamenlijk naar Elsloo. Op de Bergerweg waren de verkeerslichten ons goed gezind, een echte groene golf. Tot Elsloo kwamen er nog eens 48 km. bij. Vandaag weer ervaren dat je ook de laatste kilometers attent moet zijn. Op de Napoleonsbaan (parallel aan de A2) liepen een dertigtal Doppers breeduit over het fietspad. Op ons bellen werd wel en niet gereageerd en dat betekende dat we meer gras dan asfalt onder onze wielen kregen. Een fluitje, zoals bij vele Belgische groepen, zou erger kunnen voorkomen ! En als het ook nog de afmetingen heeft van Wims

“wonderpompje“, dan hoeft niemand bang te zijn voor zijn of haar rug.

Een mooie tocht met dit kwartet werd na 90 km., 140 hm. en 23 gem. in de ritverslagen van onze club bijgeschreven.