11-13 aug: Driedaagse Vennbahn

Eerst het verslag, dan de routes, en vervolgens wat foto's:

 

Als je sommige verslagen van onze Tourclub leest, dan eindigen die met de constatering dat de afwezigen ongelijk hadden. M.a.w. was je er maar bij geweest, dan had je kunnen genieten van een mooie en waarschijnlijk droge rit. Maar als je ruim van tevoren moet intekenen, voor een Driedaagse dan ben je nooit zeker van goed fietsweer. Hoe goed de organisatie ook is, het weer kun je niet regelen, zelfs niet met het bezorgen van een worst bij de Paters of Nonnen. Trouwens, wat is goed fietsweer ? Nat, droog, wind mee of tegen, de een houdt van warm weer, voor de ander mag het zonnetje gesluierd zijn, wat modder voor de mountainbiker, maar een schoon gespoeld wegdek voor de racefietser. Met dat laatste werden de 11 deelnemers aan het Vennbahnweekend van 11 t/m 13 augustus 2017 ruimschoots geconfronteerd. Van de bijna tweehonderd kilometer die de eerste twee dagen werden afgelegd, vielen er ongeveer honderdvijftig in het water, oftewel de hemelsluizen stonden open. Als we de Himmelsleiter op waren gegaan hadden we de sluizen zeker dicht gaan draaien. Alleen de aanloop vrijdag en de rit terug naar Elsloo op zondag verliepen droog en zondag zelfs zonnig. Dan blijven er dus nog een 140-tal droge kilometers over. Welke conclusie mag je nu trekken voor de thuisblijvers, hebben ze gelijk of ongelijk ? Ik zou het niet weten, want naast het fietsen moet je nog zoveel andere gebeurtenissen van zo’n weekend meewegen.

 

VRIJDAG 11 AUGUSTUS 2017.

 

In eerste instantie hadden zich 12 deelnemers gemeld om mee te gaan. Het voltallige Bestuur, Louwrens, Frans, Harry G. , Harrie V. en Henk. De laatste moest zich helaas afmelden, maar zwaaide ons wel ’s morgens nog uit. Daarbij ook nog Tine, Lei, Hub, Sjraar, Joep, Piet en Wim. Gemêleerd , of anders gezegd, een A-B-C-tje, een bont gezelschap. En dat laatste sloeg voornamelijk op ieders kleding. Geen gemeenschappelijk blauw, of rood/zwart. De regenjacks overheersten, geel, zwart, blauw, groen. Dat betekende dat ieder nog even de buienradar had geraadpleegd, maar toch niet altijd de juiste conclusie had getrokken. Moet je ook niet vooral je malende onderdanen beschermen, dmv beenstukken en overschoentjes ? Of waren die ingesmeerd met een regenbeschermend vetlaagje of waren het echte bikkels waarmee je op stap ging ? En een spatbordje had de achteropfietser kunnen beschermen tegen opspattend water en modder. Dat betekende wel dat er al heel gauw een gespikkeld groepje TC-ers rondfietste. Maar ook dat straalde eenheid uit. Of Louwrens dat allemaal kon zien viel te betwijfelen, want hij fietste meer rond met de bril in zijn hand dan op zijn neus. Overigens wel nog vermelden dat er 10 TC-ers fietsten en Harry G. de bagage vervoerde naar het hotel in Kalterherberg. Omdat zijn rug hem de laatste tijd in de steek had gelaten zou hij alleen zaterdag meefietsen, maar hij had toch nog wat verrassingen in petto. Daarover straks meer. Omdat zijn auto een ruime kofferbak had, waren de meeste koffers ook hierop aangepast. Of ieder na het inladen stond te trappelen van ongeduld, is niet bekend, maar na het hier en daar afscheid nemen werd er niet gewacht op de negen uur kerkklok en zetten Hub en Wim de groep in gang. Dat bleven ze doen tot het einde, of bijna tot het einde toen de laatste, lange klim naar Hotel Hirsch opdook. Harrie had van tevoren aan Hub gevraagd om de route tot aan de Vennbahn voor zijn rekening te nemen. En die vraag kun je best bij Hub neerleggen. Hij zal daar een goed antwoord op vinden in de vorm van een mooie route, althans als de regengod Pluvius wil meewerken. Tot ruim na negen lag die nog in zijn bed, maar toen hij begon te douchen leek het wel of hij vergeten had de kraan dicht te draaien. In Schimmert druppelde het een beetje, in Klimmen miezerde het, Ransdaal omhoog veranderde niets evenals Colmont en Ubachsberg. Bocholtz-Bahneheide betekende algemene stop en regenjacks aan. Die gingen ook niet meer uit en vanaf hier trok het bovengenoemde bonte gezelschap verder. Vaak in stilte. Normaal hoor je dan een speld vallen, maar nu alleen de regen. Je moet er toch een positieve draai aan geven ! Onze Oosterburen werkten ook al niet mee, want de weg naar Orsbach leek er nu nóg slechter bij te liggen. Als de gaten nu eens met asfalt gevuld zouden zijn kwamen wij er wel vaker, maar opvullen met water helpt geen moer. Denk nu niet dat we alle ellende met lekke banden niet vermelden. In totaal hebben we er maar twee gehad, Frans in het Aachener Wald en Tine op de terugweg in Welkenraedt. Koop dus allemaal……..(excuses, maar wij mogen hier geen reclame maken). Via de achterkant van het Klinikum en de buitenwijken van Aken werd de pauzeplek in Walheim bereikt. Daarvoor hadden we al de eerste kilometers van de Vennbahn afgelegd. Die werd bereikt na ongeveer 60 kilometer. Harrie vroeg netjes of we binnen mochten komen. Geen probleem voor de vriendelijke dame in de lunchroom. Tegelvloer en skaizittingen konden goed schoongemaakt worden. Diverse dubbele broodjes, taartjes en kannetjes koffie gingen over de toonbank onze hongerige en verkleumde lijven in. Even leek het zonnetje door te komen, maar dat was ijdele hoop. In de natte kleding werd de natte fiets weer beklommen, de Garmin erop gezet en de volgende meters van onze Vennbahn weer opgezocht. Deze Vennbahnradweg werd aangelegd op of naast een niet meer gebruikte spoorlijn. Sommige stationnetjes zijn gehandhaafd en ingericht als pauzeplek voor een drankje en hapje. Twee meter breed, stijgingen soms tot 3%, een enkel stuk niet geasfalteerd. Mooi en veilig fietsen, vooral als je weinig medegebruikers hebt, maar de tempobeulen kunnen dit beter vermijden, want diverse dwarswegen verplichten je om tussen hekken door of om paaltjes heen te rijden. Dat is soms vervelend als je bedenkt dat wij zaterdag over een traject van 42 km ongeveer 60 “dwarsliggers” telden. Lei had dit voor ons bij gehouden. Die oversteekplaatsen worden aangegeven door fel groen asfalt en als waarschuwing vooraf met verdikte stroken asfalt. Afstanden worden dmv borden aangegeven, zodat je precies kunt zien wat je afgelegd hebt of wat je nog moet. Joep wist ons te vertellen dat de nummers 112 niet de hoogte, maar een noodnummer aangaven. Bedankt Joep ! Bij Raeren wisten we dat er nu nog 40 km voor ons aangelegd was, waarvan een klein stuk grijze, maar harde split. Geen probleem voor racebandjes. Het landschap links en rechts was zeer afwisselend, maar hulde zich vandaag in veel te grijze en grauwe kledij. Anders een aanrader voor het voorjaar of de herfst. Wandelaars en collega-fietsers deelden de route en in de buurt van de dorpjes en stationnetjes werd het drukker omdat velen er een ommetje maakten. In de buurt van Kornelimünster ontmoetten we een grote groep bedevaartgangers met vlaggen, kruisen en een ouderwets pastoortje in hun midden geheel in het zwart gekleed. Bij velen riep dit herinneringen op uit hun eigen jeugd. Even terzijde: alleen Harrie V. kreeg deze dagen de stempel “jeugd” als jongste van de groep en ook nog als enig werkende. Uiteraard werd dit door ons of anders door hemzelf menigmaal als gespreksonderwerp op tafel gelegd. Ook de pelgrims hulden zich in stilzwijgen en regenjasjes. Meestal leggen zij al biddend hun weg af, maar door de vele regen deden ze al meer dan genoeg boete. Uiteraard klonk voor hen ook vanuit de mond van de koprijders de waarschuwing “ tegen ! “ Zo ook op een voor ons licht hellend stuk. Van de andere kant kwam een, ook weer in regenkledij gehulde fietser, die al dalend een snel tempo ontwikkelde. Wij, achter elkaar fietsend, maakten ruimte om hem te laten passeren, maar hij kneep echter in de remmen en toen zagen we dat we oog in oog stonden met onze penningmeester, Harry. Nadat hij in het hotel was aangekomen en van kledij was gewisseld, stuurde hij zijn fiets van de andere kant de Vennbahn op om ons tegemoet te rijden, niet wetende waar hij ons zou treffen. Gelukkig voor hem kon hij nog een flink aantal kilometers in de groep meerijden en aan ons vertellen dat we een nog ongeasfalteerd stuk zouden tegenkomen. Dat lag er echter best nog goed bij door de stevig aangestampte grijze split. En dat daardoor de opspattende troep een grijze kleur had, mocht de pret niet drukken. Sommigen hielden hier wat meer afstand van hun voorganger om de hoeveelheid spetters een beetje te beperken. Daarna schoof de groep weer in elkaar om aan de laatste kilometers te beginnen. Harry vertelde dat bij het verlaten van de Vennbahn direct een klim van ongeveer 1200 meter volgde tot aan het hotel. Een soort Touretappe, eindigend met een klim voor de echte punchers. De hartslag van ieder veranderde direct bij het aanhoren van die mededeling. “Eindelijk eens een echte uitdaging” of “ moet dat nou na 100 km. “ Hub vertegenwoordigde die eerste component en Wim de tweede. Met een select groepje scheidde hij zich al snel af, maar ook hier zaten er nog rusteloze benen tussen. Harrie wilde als eerste het hotel bereiken en stoof iedereen voorbij. Frans wilde het netjes doen en vroeg zelfs toestemming aan Hub om weg te rijden. Toen diens antwoord positief was liet hij het groepje direct zijn hielen zien. Over zijn hielen komen we verderop nog wel even terug ! Wim en Lei kwamen als laatsten boven want zij hadden de klim benut om te overleggen aan welke kant van het bed ze gingen liggen. Ook zo kun je een draai aan de vermoeide benen geven. Mag dat na 101 km, 860 hm en 21 km gemiddeld ? Anders gezegd, ongeveer 60 km aanloop en 40 km Vennbahn. Toen we allemaal hotel Hirsch bereikt hadden konden we zeggen: “ Niets aan ons is meer droog, behalve de lever ! “ Fietsen werden in de ruime garage gestald, even met een doek wat schoon gewreven en toen Harrie de sleutels had verdeeld trok ieder naar zijn eigen kamer. Tine op de eerste en de mannen op de tweede verdieping. Zo kon zij haar benen wat sparen, ofschoon dat niet nodig was want zij fietste als een speer. Zij stond haar mannetje, of misschien wel meerdere, in de groep. Hotel Hirsch maakte een verlaten indruk, was ietwat gedateerd, leek binnen op een bruine kroeg en telde in elke ruimte dezelfde tafels en stoelen. Indertijd waarschijnlijk met enkele tientallen tegelijk gekocht. Maar verder prima. Ruime kamers voorzien van douche en wc en een grote kast met kleerhangers die herinnerden aan onze eigen jeugd. Maar bovenal een zeer vriendelijk en behulpzaam eigenaarsechtpaar en bediening. Het pilsje of de halve liter werd rustig getapt en voorzien van een bolle schuimkraag. En dat alles tegen zeer schappelijke prijzen. Al met al een compliment voor Harries keuze. Na het douchen en omkleden maakte iedereen gebruik van de voorraad drank, want zoals boven omschreven, waren we gearriveerd met een droge lever. De tongen kwamen allengs steeds meer los en er werd nog eens terug gekeken op de rit van vandaag en voorzichtige plannen gemaakt voor morgen. Als die tenminste niet in het water zouden vallen en die kans was groot, want Joeps tablet kon in de hele regio geen zonnetje tevoorschijn toveren, hoe vaak hij ook probeerde. Dan maar teruggrijpen op de warme vakanties die sommigen achter de rug hadden met hun camper of caravan. Piet spande hierbij de kroon toen hij verhaalde over zijn omzwervingen in o.a. Engeland, Ierland en Frankrijk. Dat laatste leverde hem de bruine kleur op, die hem echter niet beschermde tegen de kou en regen van vandaag. Zijn kleine verzet maar steeds blijven ronddraaien moest hem enigszins verwarmen. Maar klagen deed deze bikkel niet.

Inmiddels kregen we de menukaart aangereikt en tot onze verbazing hanteerde het hotel een aparte formule hierbij. Indien je een van de hoofdgerechten bestelde kreeg je soep en dessert er gratis bij en kon je kiezen uit salade of groenten, en aardappelkroketjes of frietjes. Harrie bestelde kroketjes en adviseerde ons om frietjes te nemen. Best wel slim en dat gunden we hem van harte. De verschillende soorten vlees met bijbehorende saus waren prima bereid en menigeen keek even op het bord van een ander om de volgende maaltijd al eens te onthouden. Natuurlijk at ieder zijn eigen bordje leeg. Hoe anders is dat tijdens het fietsen. Dan eet je eerst andermans bordje leeg alvorens aan je eigen te beginnen ! Het dessert, een soort frambozenijs, had wat al te lang de binnenkant van de diepvries bekeken, maar allemaal lepelden we het rustig op. Sjraar echter niet. Hij verdeelde het zorgvuldig op een bordje en begon het voorzichtig om te scheppen tot hij een gelijkmatig zacht papje overhield zonder klonters. Daarna pas lekker smikkelen. Waarschijnlijk is deze manier van eten zijn grote geheim voor de puike conditie die hij de laatste tijd laat zien. Als een van de weinigen kijkt hij eens bedenkelijk als de rit onder de 100 km. blijft. “ Kunnen we niet nog een ommetje maken, anders doe ik dat zelf wel ? ” Na het eten werd hij op zijn wenken bediend, maar wel op een ommetje te voet. Louwrens had een route uitgestippeld langs alle bezienswaardigheden van Kalterherberg, te beginnen met een grote vlag van Bayern München. Toen we langs het voetbalveld kwamen en de schijnwerpers zagen branden dachten we Robben en zijn maten te zien die hier in het grootste geheim het seizoen kwamen voorbereiden, maar helaas. Geen Kalterherberg versus Bayern. Frans hield zich opvallend afzijdig, niet omdat hij anti-voetbal is, maar hij wilde zijn schoenen niet vol steentjes krijgen, want onder zijn spijkerbroek droeg hij een paar zwarte met zilverkleurige strepen afgezette Northwave raceschoenen zonder plaatjes. Die had hij er onderuit gedraaid om niet teveel lawaai te maken en zijn hielen wat te sparen. Dat was de noodgedwongen oplossing voor het vergeten van een paar gewone schoenen. Bij elke stap leek hij te zweven, want ze waren voorzien van een airflow system. Schrijver dezes heeft hetzelfde paar, vandaar de details. De kerk van het dorp maakte grote indruk, vooral door de monumentale achterkant. Jammer dat alle toegangsdeuren dicht waren en we geen beschrijving van het interieur kunnen geven. Terug in het hotel namen we nog een afzakkertje, bedankt Bestuur, spraken de plannen voor zaterdag af en vertrokken naar boven om de Gouden 22 Seconden van DAPHNE te bekijken. Of iedereen ook een Gouden nachtrust heeft gehad is niet bekend.

 

ZATERDAG 12 AUGUSTUS 2017.

 

Vanaf half acht druppelde iedereen binnen om te ontbijten. Druppelen was echter een te zwak woord voor wat er buiten naar beneden viel. Vandaar dat niemand in fietskleding aan tafel zat. Thuis zouden de app-jes heen en weer gevlogen zijn en naar aanleiding daarvan misschien nog even een oogje zijn dichtgeknepen. Hier echter niet. Het uitgebreide buffet werd bekeken en de juiste keuzes gemaakt. Vooral warme koffie en thee werden gedronken, want het lichaam moest opgewarmd worden voor de rit van ……… Vlees- en kaassoorten, diverse soorten brood, jams, yoghurt, fruit en een fipronilvrij eitje nodigden uit om geproefd te worden. Meer dan voldoende. Geen gehaast eten, want het vertrek werd vanaf 9.30 uur telkens voor een half uur verschoven, tot uiteindelijk 11.00 uur.Niet dat het droog was, verre van dat, maar we hadden toch ook gedeeltelijk betaald om te fietsen. St. Vith zou het haalbare doel zijn via Kalterherberg en Waimes een afstand van 27 en 17 km. Even voorbij de start van de Vennbahn in Kalterherberg haalden we een vrolijk lachende groep jongemannen in die trappend op een lorry een tijdje naast ons over de spoorbaan reden, maar toen een 3%-helling naderde waren onze tweewielers toch even wat sneller. Zij konden tot Waimes komen, waar de spoorbaan eindigde. Ons doel lag met St. Vith een stuk verder. Daar zou eventueel nog een stuk aangeplakt worden. Harrie kreeg van de eigenaresse van het hotel de verzekering dat ook het laatste stuk onverhard nu voorzien was van een gladde laag asfalt. Pas bij het zien van enkele herkenningspunten daalde bij hem het geloof pas in. Eerst zien en dan geloven ! Frans en Sjraar namen het voortouw, gevolgd door Joep en Harry. De A-rijder en de 100 km-man ontwikkelden een zodanig tempo dat Joep menigmaal een stevige rechterhand ter ondersteuning aan Harry moest bieden. Heel sportief en dankbaar bood hij Joep na afloop een lekkere pint aan. Of Joep daarbij links toastte is me ontgaan. Ook de ongetwijfeld mooie uitzichten, de verschillende landschappen, de kleurrijke bloemen langs de kant konden niet bekoren. Het leek wel of ook zij in de malaise deelden, want ook zij lieten hun kopjes hangen. Wat moet je ook anders met hooguit 10 graden op de thermometer. Tot aan het keerpunt fietsten we meer in dalende lijn, maar met wind tegen. Na de pauze zou het andersom zijn. Als er even afgeremd moest worden hoorde je de remblokjes schuren langs de velg. Bij Harrie was dat zo erg dat hij in St.Vith een fietsenwinkel zocht om vier nieuwe te kopen. Maar als goede organisator had hij ons eerst een bakkerij annex lunchroom binnen geloodst. De warme koffie, thee en chocomel was al op toen de warme gerechten gebracht werden. Naast belegde broodjes en panini was de topper Flammkuchen, een dunne pizzabodem belegd met spekjes en uienringen in een saus van tomaten met crème fraiche. En als die ook nog op een houten plank wordt opgediend in een warme omgeving, zou je wensen om een taxi te bestellen voor de rit terug. Maar niet doen, want je hebt niet voor niets vooruit betaald om te fietsen. De verlenging van de rit tot in Bütgenbach werd geschrapt en maar even in de natte achterzak weggestopt. Dezelfde route terug. Dus wat meer vals plat, maar wel wind in de rug. Jammer dat Harrie dit niet goed geregeld had, want de wind was inmiddels gedraaid, wat aangewakkerd en blies de regen vol in onze smo../in ons gezicht. Maar dat mocht de pret niet drukken, want ondanks het weer bleef de stemming erin en draaiden we de 42 km terug onder onze wielen door. Tegen 16.00 uur bereikten we weer de klim richting hotel. Wim wilde in zijn enthousiasme naar voren rijden om toestemming te geven door te trekken, schakelde verkeerd, blokkeerde zijn ketting en kon nog juist een val voorkomen. Volgende keer wat meer vertrouwen op ieders eigen initiatief ! Na 84 km., 400 hm en 22 km gemiddeld werd de garage bereikt. Met elkaars hulp werden de fietsen afgespoten boven een roostertje, maar dat ging een beetje onzorgvuldig, zodat de wandelschoenen die even verder stonden te drogen weer in een plas water terecht kwamen. Tine redde ze gelukkig van de verdrinkingsdood. Na de fietsen waren wij zelf aan de beurt om alles van ons af te spoelen. Joep deed dat rigoureus en ging met kleding en al onder de douche. Toen die schoon waren volgde de rest. Vrij snel was iedereen weer beneden, want een aperitief vóór het diner was zeker gewenst en dik verdiend. Hetzelfde ritueel als de vrijdag. Dus hoofdgerecht uitzoeken en soep en dessert gratis erbij. Dat laatste was een lekker chocolademousse. Tijdens dit diner nam Louwrens het woord om een aantal mensen te bedanken: Harrie als organisator, de koprijders, iedereen voor de gezellige sfeer en hij prees het veilige fietsen. Hub werd gevraagd om te zorgen voor een niet al te lange en moeilijke rit terug naar Elsloo. Daar wist hij wel raad mee. Deze avond schoven er veel meer gasten aan . Een twintigtal uit de buurt in een aparte ruimte en veel lopers voor de Monschau marathon op zondag. Maar dat deed aan de bediening geen afbreuk. Het eten werd op tijd en voor ieder gelijktijdig geserveerd. Uiteraard nog een afzakkertje genomen en naar elkaars verhalen geluisterd. Lei spande de kroon toen hij een aantal verhalen en anekdotes aanhaalde over de ritten van vroeger door de TC-rijders. Niet dat we de behoefte hadden om er gebruik van te maken, maar we wilden toch ook wel graag weten waar nu de kegelbaan van het hotel lag. Het duurde even voordat het antwoord indaalde. Begrijpelijk als dat is: “Jullie zitten er bovenop !” Omdat we zondag graag op tijd wilden vertrekken leek het verstandig om reeds te betalen en de tassen in te pakken. Dat laatste was geen probleem, maar de hoteleigenaar was nergens te vinden. Uiteindelijk bleek hij in het huis te zijn, achter het hotel. Onze penningmeester mocht als eerste afrekenen en daarna ieder voor zich.De totaalprijs viel reuze mee. Best voor herhaling vatbaar. Met de wetenschap dat we morgen een zonnige dag mochten verwachten en de rit onder de 100 km. ging blijven trokken we voor de laatste keer naar onze verdieping om hopelijk gauw in een verdiepte slaap te geraken. Nu moesten we het wel zonder Daphne 22 doen.

 

ZONDAG 13 AUGUSTUS 2017.

 

Met plezier opgestaan, want door de gordijnen priemden de eerste zonnestralen de kamer binnen. Zou het dan toch waar zijn? Een droge en zonnige rit terug? De slapers aan de voorkant van het hotel werden al rond vier uur even gestoord doordat er vanaf een vrachtwagen de afscheidingen voor de marathon werden neergezet. De deelnemers konden al om 7.00 uur starten en hadden bij ons reeds 27 km. erop zitten van de 42 totaal. Mondjesmaat passeerden ze hier, met grote tussenverschillen. Maar ze hadden één ding gemeen, bemodderde benen en kleding, omdat een groot gedeelte door niet verharde wegen in de bossen was uitgezet. Zou Hub ons daarmee ook verrassen of zou hij ons sparen? Na ontbijt, inladen van de koffers en afscheid nemen van de eigenares werden de fietsen nog even gecontroleerd en voor de laatste keer voorzien van Kalterherberger Luft. Eindelijk konden we eensgezind reclame maken voor onze club met de zwart/rode truitjes. Ook Harry ging mee om na een tijdje om te draaien en in zijn auto verder richting Elsloo te rijden. Hij bleek 60 km, voor het grootste gedeelte alleen, nog gefietst te hebben.

De start was vanaf het hotel uiteraard in dalende lijn richting de groene vlakken van de Vennbahn, maar Hub had zoals verwacht heel iets anders op de rol staan. Het dorp uit, de groene bossen in. Direct een stevige en lange klim en dat bleef zo 10 km. op en af gaan. Harry gaf aan om maar door te rijden en hij koos zijn eigen weg. Wij in een lang lint over grof asfalt dat bezaaid lag met takjes, bladeren en dennenappels. De weg lag er ook nog nat bij en menig zweetdruppeltje maakte hem niet droger. Toen we na 10 km. het bos achter ons lieten stonden er 151 hm. op de teller. Het plaatsje Sourbrodt werd meer geassocieerd met “ Sourbenen “. Maar we moesten de klimmersbenen blijven aanspreken, want het hoogste punt van België ,Le Signal de Botrange, telde nog steeds 694 m. En deze weg moest gedeeld worden met snelle auto’s en nog snellere motoren. Duidelijk dat er in ganzenpas werd gereden en boven even gepauzeerd om daarna de splitsing van Mont Rigi te bereiken. Hier heerlijk afdalen, de Baraque Michel, om halverwege linksaf hetzelfde te doen naar Jalhay en de Barrage de la Gileppe. Ondanks de breedte van de weg toch gecontroleerd naar beneden ivm het natte wegdek. Harrie bleef heel sociaal als laatste alles in de gaten houden, maar toen zijn remblokjes te warm dreigden te worden gooide hij alle remmen los en dook als een speer langs de meesten door naar beneden. Misschien moet hij zijn naam nu maar veranderen in “ Fitser oet Bergaf .” Maar aan alles komt een einde en dat betekent

linksaf redelijk vlak naar Limbourg. Het centrum werd hier gekenmerkt door vele wegafsluitingen, alleen onze route was open en dat hebben we geweten. Limbourg ligt in een dal, dus….. Hier ontbonden Hub en enkele anderen (ik lag te ver achter om iedereen goed te zien) hun duivels en reden ze omhoog alsof er boven een overwinningspremie lag. Hoe een straaltje zon een dood vogeltje kan veranderen in een aanvalslustige roofvogel ! Maar bovenaan begon voor ieder dezelfde ellende, een wegdek zo slecht dat je het dubbele aantal kilometers moet maken om je fiets heelhuids er door te loodsen. Blijf dus uit Bilstain weg ! Welkenraedt omhoog is een verademing en dan mag je bij Henri Chapelle best een extra kruisje slaan. Dat heb je op zondag ook nog nodig in Aubel als je allerlei soorten verkeersdeelnemers moet ontwijken ivm de beroemde markt. Eenmaal daarbuiten lonkt de koffie in Val Dieu, maar zo dachten meer mensen. Terrassen buiten en alle ruimtes binnen bezet. Logistiek een puinhoop, maar ieder was na een tijdje toch voorzien van een hapje, sommigen zelfs twee stukken vlaai, en drankje. Er wachtte ons nog een verrassing in de vorm van een solorijder van onze club, Piet Coumans. Hij reed met ons mee terug over de klim naar Neufchateau en via Warsage naar Mesch. Daar bleek nog maar eens dat dit gebied een eldorado voor fietsers is en zeker na een aantal regendagen. Tot aan Meerssen kwamen we in een drietal gevaarlijke situaties terecht, waarbij we zelf ook niet altijd vrijuit gingen !

Zo zie je maar dat een lang en veilig weekend pas goed afgesloten kan worden als de fiets in de garage staat en jezelf in de luie zetel bent neergeploft. Het is niet bekend of bovengenoemde situaties meespeelden, maar vanaf Bunde nam Louwrens de kop en stond die niet meer af . Toen hij bij de kanaalbrug in Elsloo wilde afhaken werd nog even op hem ingepraat en haalde hij de laatste restjes energie uit zijn dikke teen om, zoals het een goede Voorzitter betaamt, zijn manschappen veilig af te zetten bij het terras van de Dikke Stein. Dat na 95 km., 688 hm en 23 gemiddeld. Hij werd unaniem genomineerd voor de A-groep, als de dopingcontrole negatief zou uitvallen. Op het welslagen daarvan en op ons Vennbahnweekend werd nog even geproost en nagekaart en toen Harry met onze koffers arriveerde tegen 15.30 uur werd nog een laatste glas geheven op de Vennbahn, of was het toch de Wasserbahn ? De conclusie trekken of dit weekend geslaagd was voor de 11 deelnemers en een aanbeveling is voor meerderen van onze Club om er een volgende keer wel bij te zijn laat ik graag over aan elk afzonderlijk lid van onze Tourclub Elsloo.

 Hieronder de routes, en daarna de foto's

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb