04-10-2017: Bokrijk, een verwaaide rit

Als je bij windkracht 4, met uitschieters naar 5 en meer, de keuze maakt om naar Bokrijk te gaan dan is dat goed te begrijpen. Heel wat kilometers liggen er in de bossen en door de verschillende bebouwingen redelijk beschut uit de wind. En als die onvermijdelijk eens op je neus blaast dan is het nooit voor lange tijd. Daarbij gerekend dat je in een peloton van tien TCE-ers ook nog eens uit de wind kunt fietsen, dan kun je al met al verwachten dat je de wind wel de baas kunt.

Onder aanvoering van Hub en daarnaast een zeer sterke Joep, met even Frans P als secondant, vertrokken Erna, Lei, Ruud, Henk, Piet J, Wim en de jarige Sjraar vol goede moed de autowegbrug over richting Maasmechelen en As. Onze routeleider had toegezegd de kortst mogelijke route naar Bokrijk te zoeken. De bekende aanloop leverde uiteraard geen problemen op, maar ineens kreeg de wind toch vat op onze TomTom. Een afslag te vroeg of te laat, een blauw route bordje missend noopten ons om een wat groter routebord te raadplegen of zelfs een wandelaar aan te schieten. Dat leverde wel nieuwe wegen, woonwijken en buitengebieden op van o.a. Genk en Winterslag. Maar ook daar redde Hub zich uit en hij vond uiteindelijk de laatste bekende kilometers weer terug. Die liepen uiteraard ook weer via de doorsteek van de twee vijvers. Dat was met deze wind even opletten, want het water klotste over de rand heen en dwong ons om even in ganzenpas te gaan rijden. Een zevental jonge zwanen in de andere vijver zagen echter geen soortgenoten in dit bont uitgedoste gezelschap en gunden ons geen blik waardig. Misschien hadden zij het advies gekregen om niet met vreemden mee te gaan. Inmiddels hadden wij 45 km. op de teller staan, genoeg om te pauzeren. Sjraar trakteerde op zijn verjaardag. Jaren geleden kon je dat al “van Drees“ betalen, maar inmiddels komt die pas een jaar later langs met de geldbuidel. Daarom een extra Proficiat en Bedankt, Sjraar. Bij afwezigheid van deze persoon voerden we maar anderen ten tonele, Minister Hennis en de Catalanen. Omdat de weersvooruitzichten de komende dagen niet echt fietsvriendelijk waren werd besloten om via een ommetje terug te gaan om nog wat extra kilometers te maken. Hub en Joep weer voorop, wind in de rug en zij lieten zich verleiden om bij de eerste brug omhoog zo hard mogelijk door te trekken. De veroorzakers ? Piet en Frans die voordeel wilden halen uit hun hoge wielen. Een mooi interval, die vooral op het lijf van Ruud geschreven was, want hij rolde van achteruit iedereen op. Hij leek niet stil te komen en Frans had direct gezien waarom. Zijn remmen moesten bijgesteld worden, want die kon hij inknijpen tot aan de kromming van het stuur. Zo leer je onderweg nog eens iets. “Blijf opletten, Frans!”.  Met dat laatste werden we even later pijnlijk geconfronteerd. Op een asfaltweg door het bos waren de randen groen van het mos. Dat betekende eigenlijk dat er achter elkaar gefietst moest worden, maar daar kwamen we te laat achter. Na een bocht naderden we een loslopende hond die wel mooi het midden aanhield. Erna en Hub moesten over het mos uitwijken en dus maakten ze kennis met het Belgische asfalt. Gelukkig “zonder erg“ zoals onze buren zeggen. De schrik zat er bij hond en eigenaar veel meer in. Dat belette Hub niet om zijn TomTom op ‘meer kilometers’  en ‘omwegen’ te blijven zetten. Voorbij Zutendaal, voorbij Gellik naar Lanaken om via Sappi Neerharen te bereiken. Dan over de fietspaden langs de Maas terug naar de autowegbrug. Henk maakte Wim hier attent op het mooie uitzicht over de Maas op de kerk van Elsloo. Al kijkend miste die bijna een bocht, maar gelukkig kon hij op het naastgelegen gras met zijn crossbandjes nog corrigeren. Een ongelukje zit in een klein bochtje.  Tegen drie uur, na 95 km en 23.5 gem  kwamen we uitgewaaid in Elsloo weer terug.

Hier de route: https://connect.garmin.com/modern/activity/2043613870

IMG_2533.jpg