Maandag 14-03-2016: Heinsberg

Als je voor de start aan Hub vraagt wat de route voor vandaag is dan kan hij je haarfijn de plaatsen oplepelen die leiden naar de naam van de rit. In dit geval Heinsberg. Hij zou een goede omroeper zijn voor de NS of de Metro. Maar er is echter een groot verschil. Bij de omroepers kun je er blind op vertrouwen dat de plaatsen ook daadwerkelijk worden aangedaan. Bij Hub echter niet. Zelden kom je door de genoemde plaatsen. En dat is maar goed ook. Hij wist ons ook vandaag weer een route voor de wielen te strooien waarvan je mag zeggen:” Lek vinger, lek doem.” De tientallen weggetjes binnendoor weet hij feilloos te vinden. Dat er ook wel eens een minder geasfalteerd stuk tussen zit neem je op de koop toe. En zeker als je gevrijwaard blijft van een lekke band of valpartij. Beneden zullen we toch proberen om grofweg de rit te beschrijven.
Zoals de laatste dagen gewend begonnen we met een koude start, 4 graden en een snijdend koude NO-wind. Toch stonden Pe, Chris, Ruud, Lei, Wim en Hub in de startblokken voor de reeds boven genoemde rit. Wim werd door Hub geadviseerd om niet op kop te rijden, want hij had vorige week aangegeven dat de laatste lange en zware routes hem veel energie hadden gekost.Daarom even een rustige week inplannen. Dat hield in: twee keer spinnen en een solotocht van 83 km, 903hm en 21,6km gemiddeld in het Zuiden. En achteraf bleek dit een gouden greep te zijn. Eigenwijs nam hij de raad van Hub niet aan en ging naast hem fietsen onder het motto:” We zien wel hoe ver we komen.” En dat bleek heel, heel ver te zijn. Pas na 100 km, bij thuiskomst, was het kopwerk voorbij. Tot aan de pauze in “Tanzcafe Waldeslust”? was Jan de Wind de grootste vijand. Van alle kanten geselde hij de groep, maar hij kreeg ons niet eronder. Tot aan km 52 was het een gevecht, maar toen legde hij zich erbij neer en werd zelfs onze beste vriend. Hij draaide als een blad aan de boom en steunde ons zoveel als mogelijk tot thuis. Hoe dansten we naar Waldeslust toe? Spaubeek, een rondje stort Schinnen, Oirsbeek, Bingelrade, Etzenrade, Hastenrath, Birgden, Laffeld, Kirchhoven, Karken. Heinsberg zagen we liggen van veraf, maar bleek dus geen eindpunt te zijn. Het was net het liedje van “ je mag er naar kijken, maar aankomen niet”. In de Tanzstube bleek de koffie niet al te sterk te zijn en werd een tweede rondje hoofdzakelijk cola. Daarom kwamen er ook geen sterke verhalen ter tafel: het bijna einde van Ruuds werkzame leven, Hub als Opa en Wim gaf ieder een lesje strandvissen. Overigens maakt deze plek deel uit van de Tweelandentour, een fietstocht van 275 km van Aken tot Nijmegen. Wij zouden die kunnen starten in Gangelt. Iets voor onze Wielerclub?
Langs het autocrosscircuit In Posterholt denderden we door via Montfort, Brachterbeek, Berkelaar, Dieteren Baakhoven, Limbrichterbos tot Guttecoven. Daar werd Hub uitgebreid bedankt en vervolgden we door Graetheide, Berg, Urmond en Stein onze tocht naar Elsloo terug. Omdat het tellertje tegen de 100 km begon te kruipen werden nog wat extra straten gezocht. De eerste 100 km van dit seizoen stopten we op deze manier in onze pocket. Daarbij nog eens 23.8 km gemiddeld en toch nog 442 hm.
Twee zaken nog ter afsluiting: Men heeft er sterk op aangedrongen om het vele kopwerk van Wim te vermelden. Dat moet dan maar. Mijn reactie daarop is dat ik eindelijk weer eens iets voor de groep heb kunnen betekenen en dat je niet bang moet zijn om naar je lichaam te luisteren en eens even gas terug te nemen. Op naar de volgende rit (-ten)